gezondheidsinformatie op internetSnap jij het nog? Moeten we bang zijn voor aspartaam, gluten of zuivel? Vaccinaties dan misschien? Is chocolade nu wel of niet gezond? En als de kans op iets engs verdubbelt… is dat dan dramatisch (en wat als je weet dat het eerst 0,0001 was)?

De afgelopen maanden kwam ik verschillende artikelen tegen over de gebrekkige gezondheidsvaardigheden van mensen. Veel mensen zouden niet in staat zijn om gezondheidsinformatie goed te interpreteren, in te schatten of het op hen van toepassing is en wat ze ermee moeten doen. In die artikelen gaat het dan over ouderen, allochtonen en laaggeletterden.

Maar het probleem is veel groter dan het lijkt en zeker niet beperkt tot genoemde groepen.

Ook als je goed kunt lezen en schrijven, jong bent en het Nederlands volledig machtig dan nog kun je zomaar op het verkeerde been gezet worden door de gezondheidsinformatie op internet.

Tip: Ben je (aankomend) expert, ga dan het nieuws op jouw vakgebied cureren. Help jouw publiek om het op waarde te schatten, maak de vertaalslag en vertel wat de gevolgen voor hen zijn.

Een recept voor algehele malaise

Verwarring en onduidelijkheid over gezondheidsinformatie

Verwarring en onduidelijkheid over gezondheidsinformatie

We leven in een wereld waarin content enorm snel wordt gepubliceerd en waar de journalistieke principes onder druk staan. Er wordt zelfs gesproken van Wild West journalistiek (1).

Teveel publishers zijn niet in staat om informatie op het gebied van gezondheid te beoordelen, nemen of krijgen daar de tijd niet voor. Haastig wordt in de zucht naar nieuwe content een artikel overgenomen met een juicy headline erboven. Want dan krijg je clicks en pageviews.

“The news industry must churn out stories that are the equivalent of blockbuster superhero franchises, with mass-audience appeal, but light on nuance and creative risk. I think that we have, in trying to attack the totality of possible eyeballs on the Internet, lost the things that make publications great.” — Joshua Topolsky, oprichter van technologie website The Verge in NY times

Tegelijkertijd wemelt het op het gebied van gezondheid, en dan met name de relatie tussen voeding en gezondheid, van de trends en tegenstrijdige – en vaak nogal stellige – adviezen.

Tel daarbij op dat er nauwelijks echt wetenschappelijk bewijs is voor de diverse claims die experts maken en je hebt een recept voor algehele malaise.

“Wat gezond eten is, dat weten we eigenlijk niet. (…)

We mogen wat minder vaak met de vuist op tafel slaan, en dat geldt overigens niet alleen voor de voedselwetenschappers. We moeten minder vaak zeggen dat iets algemeen geldend is en dat het wetenschappelijk onomstotelijk bewezen is. Daarin kunnen we wel wat minder stellig zijn.”

— Jaap Seidell, professor hoogleraar voedsel en gezondheid, VU Amsterdam (in Vrij Nederland).

Dan is het toch niet vreemd dat je bijvoorbeeld als oudere, die zich steeds langer zelfstandig thuis moet redden, het spoor bijster raakt? En kun je als moeder nog met een gerust hart je kinderen laten vaccineren nadat je een avond op Facebook hebt doorgebracht?

Hoe staat het precies met onze gezondheidsvaardigheden?

Het is vrij droevig gesteld met onze gezondheidsvaardigheden. Tussen de 30 en 50 procent van de Nederlanders heeft moeite met het verkrijgen, begrijpen, beoordelen en het op henzelf toepassen van gezondheidsinformatie (2). Onze zuiderburen komen met een vergelijkbaar percentage van 40% (3).

Het is een competentie die te leren is, maar om de een of andere reden wil dat niet echt lukken. Ook worden mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden niet altijd herkend (4). En dat is des te erger als je je bedenkt dat deze mensen zich niet alleen minder gezond voelen, maar ook daadwerkelijk een grotere kans hebben om eerder te sterven (5).

Mensen met mindere gezondheidsvaardigheden doen minder aan preventie omdat ze bijvoorbeeld risico’s niet goed kunnen inschatten. Dit blijkt ook uit het onderzoek van Olga Damman (VUmc) en hoogleraar risicocommunicatie Danielle Timmermans (VUmc/RIVM). Zij keken hoe mensen de resultaten van een online gezondheidscheck interpreteerden. En dat was ontluisterend.

“Risico’s van bijvoorbeeld 30 of 40% vonden ze nog wel meevallen en geen reden om hun leefstijl te veranderen of naar de huisarts te gaan. Experts zouden bij deze uitslagen mensen meteen doorverwijzen voor verder labonderzoek.”

Olga Damman, VUmc

Nu zijn percentages misschien lastig, maar de risicotest gaf ook een gekleurde balk. Zelfs als die rood kleurde vergoeilijkten mensen de uitslag met argumenten dat het voor hen niet zou gelden, dat de test niet uitgebreid genoeg was of dat ze wel in het rood zaten maar nog aan de onderkant daarvan.

Werken aan het vergroten van gezondheidsvaardigheden is één ding. Maar tegelijkertijd moet de kwaliteit van gezondheidsinformatie en journalistiek ook omhoog. Dit is geen voer voor een óf-óf discussie, maar duidelijk een geval van én-én.

Als het wetenschappelijk bewezen is mogen we het toch geloven?

erlenmeyerWetenschap is het ontrafelen van de werkelijkheid en die laat zich niet in één keer kennen. Zo kan het gebeuren dat tegenstrijdige resultaten in de media terecht komen en mensen denken “de ene dag zeggen ze dit en de andere dag is het weer dat”.

Dat lijkt alleen maar zo.

Vaak eindigt een wetenschappelijke publicatie met een zin als “Further research is required to confirm these findings”. En in de discussiesectie wordt altijd een slag om de arm gehouden. Terecht want elke onderzoeksopzet heeft zijn kanttekeningen en vaker wel dan niet valt er iets op aan te merken. Dat heb ik wel geleerd in de Journalclub waar ik in een ver verleden – ik was OIO bij het NKI/AvL – aan deelnam.

De nuance verdwijnt zodra het onderzoek de reguliere pers bereikt

“Wetenschappelijk onderzoek komt soms te snel in de media, ook onder druk van vakbladen en onderzoekers die ook graag in het voetlicht treden. De overdaad aan gezondheidsitems leidt tot onnodige angst, geldverspilling en soms ook tot foute beslissingen. Wetenschappelijk onderzoek krijgt op die manier een bedenkelijke reputatie. Het wordt stilaan een geloof als een ander. Je gelooft in het belang van vaccins, van melk, van nootjes of van bruistabletten zonder zout, of je gelooft er niet in.”

—  Marleen Finoulst, arts en coördinator van de website GezondheidEnWetenschap.be (bron).

Nuances en slagen om de arm… daar houden mensen niet van

Je lezer wilt helderheid en duidelijkheid. Het is een uitdaging om complexe materie licht verteerbaar en  begrijpelijk over te brengen en dat het dan toch tot in de details juist is. En dat met een kop die de lading dekt, helemaal waar is en ook lekker genoeg om te worden aangeklikt.

Dat bijt.

Het is niet alleen lastig voor de journalist, maar ook voor de wetenschapper in kwestie.

“I’ve had things that were slanted the wrong way, and I had to push back aggressively to make it right. I usually feel like I have to settle at some point. (…)

If scientists were selling vacuums to put food on the table, we would be homeless right now.”

— Jamier Gillooly, bioloog en professor aan de Universiteit van Florida (bron).

Een duidelijk voorbeeld

Hoe zeer dit speelt blijkt uit het experiment van John Bohannon (6). Om aan te tonen hoe gemakkelijk slecht ontworpen wetenschappelijk onderzoek wordt gepubliceerd en overgenomen in de (populaire) media deed deze wetenschapsjournalist precies dat.

Zijn experiment was helemaal echt! Met werkelijk bestaande proefpersonen, echte data en statistische analyses.

Het probleem: de groep was te klein en hij liet er veel statistische toetsen op los zodat er altijd wel een leuk vals-positief resultaat tussen zou zitten waar hij een spannend verhaal aan kon ophangen.

verleidelijke onwaarheden

Verleidelijke onwaarheden

Dat spannende verhaal was dat het eten van chocola je zou helpen afvallen. Dat klonk natuurlijk als muziek in de oren van velen. En het werd dan ook gulzig overgenomen in de media. Het belandde o.a. op de voorpagina van Bild, Cosmopolitan en Shape magazine.

Gewichtsverlies door chocolade

Bron: ‘Chocolate with high Cocoa content as a weight-loss accelerator’, Johannes Bohannon et al., International Archives of Medicine Vol. 8 No.55. (6)

De groep die chocolade had gegeten was echt afgevallen.

En het was meer dan een correlatie. Het was zelfs statistisch significant.

Maar ook dat is maar beperkt van waarde. Het wil alleen maar zeggen dat de kans dat de gebeurtenis op toeval berust kleiner is dan een afgesproken grens (< 0.05).

Als je maar genoeg meet en toetst – een fishing expedition – kun je altijd wel ergens een vals positief resultaat verwachten.

“Here’s a dirty little science secret: If you measure a large number of things about a small number of people, you are almost guaranteed to get a ‘statistically significant’ result. (…) Think of the measurements as lottery tickets. Each one has a small chance of paying off in the form of a ‘significant’ result that we can spin a story around and sell to the media. The more tickets you buy, the more likely you are to win.” — John Bohannon, io9

Wat nu?

Zijn het onze gebrekkige gezondheidsvaardigheden, ondeugdelijk ontworpen experimenten, het wetenschappelijk journal dat voor 600 euro het artikel in ongewijzigde vorm publiceerde (het ene wetenschappelijk tijdschrift is het andere niet, de goede hebben een reputatie hoog te houden, doen aan peer review en je komt er dan ook niet zomaar in), de wild-west praktijken van sommige journalisten en nieuwssites die content aggregeren zonder waarde toe te voegen (en niet altijd een link naar het origineel toevoegen voor meer detail)?

Of is het all-of-the-above?

Maak jij chocolade van gezondheidsinformatie?

Een wetenschapper moet genuanceerd zijn om recht te doen aan de realiteit. En een journalist moet zorgen voor een smeuiig verhaal om aandacht te krijgen van de drukke consument. Daarin gaat niets veranderen.

Maar jij kunt hier wel een rol in spelen.

Een rol waarin je handelt vanuit het belang van jouw lezer, jouw potentiële klant, en waarbij je je eigen expertise in zet. Die rol heeft een naam: content curator.

Een content curator filtert het nieuws, selecteert de belangrijke artikelen en deelt deze met zijn doelgroep voorzien van zijn eigen commentaar. Dat laatste is essentieel en maakt het verschil.

Keep questioning - Albert Einstein

Een curator neemt geen nieuwsberichten zomaar over, maar cureert het vanuit zijn eigen expertise. Daarbij blijft hij/zij kritisch en zoekt door naar de bron en achtergrond van het verhaal.

In het geval van het chocolade-experiment bijvoorbeeld bestond het instituut achter de website niet, was de naam van de onderzoeker verzonnen, was de doelgroep veel te klein om harde conclusies te trekken en werd niet gecorrigeerd voor verstorende variabelen.

Als content curator kun je het nieuws binnen jouw vakgebied in perspectief plaatsen, het duiden en vertalen naar de belevingswereld van jouw lezer en je doelgroep vertellen hoe en of het relevant is.

Is dat ook wat voor jou? Zie je jezelf deze rol op je nemen of misschien doe je dit al? Deel je ervaring in de comments.

Ken je anderen voor wie dit artikel interessant kan zijn? Pay-it-forward en deel het via onderstaande social sharing buttons. Dank je wel!

Deze artikelen vind je wellicht ook interessant

Elders op het web

Andere artikelen over gezondheidsinformatie »

Fotocredit: David Goehring / Flickr / CC By 2.0 (1) ‘Wild West-Journalistiek‘ door Sonny Motké, De Nieuwe Reporter; (2) ‘Health literacy: an asset for public health’ door I. van der Heide, VU amsterdam; (3) ‘Advies over gezondheidsvaardigheden (health literacy) in Vlaanderen 28 maart 2015‘, Agentschap Zorg & Gezondheid; (4) ‘Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden zijn beter te helpen‘ door E. Wijenberg, Vilans; (5) ‘Laaggeletterde heeft meer kans op een slechte gezondheid‘ door NIVEL in opdracht van Stichting Lezen & Schrijven; (6) ‘Chocolate causes weight loss‘ door Johannes Bohannon et al.

Share This

Share this post with your friends!