Websitestatistieken basis

Veel mensen vinden statistieken eigenlijk maar eng of saai. Ze haken af bij het zien van een ondoorgrondelijke berg cijfers. Maar je hoeft echt geen rasechte beta te zijn om profijt te hebben van de cijfertornado.

Als je goed kijkt, of goed leert kijken, zul je zien dat cijfers jou een verhaal vertellen. Dat elk cijfer staat voor een persoon die zijn weg probeerde te vinden op jouw website, voor iemand die afhaakte bij het zien van de titel op je homepage of voor iemand die er maar geen genoeg van kreeg en minutenlang verschillende pagina’s op je website heeft doorgenomen. De cijfers zijn een weergave van het ‘leven’ op je website. Waar kwamen de mensen vandaan, waar waren ze naar op zoek en… vonden ze dat?

Weet wat je meet

Om cijfers goed te kunnen lezen, moet je eerst weten waar ze voor staan. En dus begin ik met een aantal basisbegrippen uit de websitestatistiek, omdat ik toch vaak zie dat deze door elkaar worden gehaald of erger… dat foutieve conclusies worden getrokken omdat het basisbegrip ontbreekt.

20101204 statistics demo

 

  • Bezoeken (visits): Hoe vaak je website is bezocht. Dezelfde persoon kan namelijk vaker terugkomen in de meetperiode.
  • Bezoekers (visitors): Door hoeveel UNIEKE bezoekers je website is bezocht.
  • Pageviews of het aantal bekeken pagina’s (pages): Hoeveel pagina’s in totaal tijdens de bezoeken zijn bekeken.

In de tabel zie je dat het aantal unieke bezoekers het laagste getal uit de reeks is en dat is ook juist een goed teken. Het betekent dat mensen binnen dezelfde periode terugkeren naar de site. Dat pageviews nog weer hoger ligt, betekent dat ze daarbij ook meer dan 1 pagina bezochten.

Gebruik de goede cijfers in je berekeningen

Zo zag ik laatst iemand die zo’n ouderwetse bezoekersteller op zijn website had staan. Zo’n zogenaamd ‘leuk dingetje’ uit de jaren 90. Hij dacht echter dat het cijfer dat het weergaf stond voor het aantal bezoekers op zijn website en ging op basis daarvan de conversie berekenen. De conversie stond in dit geval voor het percentage bezoekers dat een bestelling plaatste (een ‘harde’ conversie).

Maar de teller toonde het aantal bezoeken en filterde ook de eigen bezoeken er niet uit. Wanneer je uitgaat van het werkelijk aantal unieke bezoekers kom je op een lager getal, maar dus wel een hoger conversie percentage. Toch iets om blij van te worden. Dat je conversiepercentage zomaar binnen een minuut significant stijgt. 😉

Uiteindelijk gaat het niet om hoeveel bezoeken of zelfs hoeveel bezoekers je krijgt, maar om: hoeveel daarvan contact opnemen, zich inschrijven voor je e-zine, een whitepaper downloaden, een bestelling plaatsen, etc.

Weet wat je wilt meten (en wilt weten)

Het heeft geen zin om elke dag te gaan grasduinen door alle Google Analytics rapporten, zonder te weten waarnaar je op zoek bent. Je kunt het beste af en toe kijken en de trend in de gaten houden en afwijkingen van het gemiddelde onderzoeken.

Zie je iets ‘bijzonders’ dan formuleer je eerst een hypothese (een veronderstelling over wat jij denkt dat er aan de hand is). Daarna kun je namelijk gericht een bepaald rapport opvragen om te zien of je veronderstelling klopt of niet. En zo leer je van de cijfers, weet je wat er speelt en kun je bijsturen met specifieke acties.

Daarna kijk je natuurlijk weer of jouw actie tot het gewenste resultaat heeft geleid (en ga je dus weer met een specifieke vraag je statistiekenprogramma binnen).

Onthoud in elk geval dit!

  1. Ga rekenen met unieke bezoekers (visitors), want alleen dat getal staat voor de individuele mensen die jouw website hebben gevonden.
  2. Vergeet niet je eigen bezoeken eruit te filteren (dat kan op IP adres in Google Analytics), want deze vertekenen vooral de bezoeken en pageviews.
  3. Let op trends en afwijkingen en formuleer een hypothese om zomaar wat rondklikken te voorkomen.

Share This

Share this post with your friends!